Beste VVOG leden,
Heel wat media verwijzen op 29 januari naar de te lage aantallen in 1 op de 4 erkende Vlaamse borstklinieken maar ook naar cijfers zoals 30% meer kans om binnen de vijf jaar te overlijden indien de borstkanker behandeling gebeurde in een niet erkende kliniek.
Dit cijfer vergt toch wat uitleg omdat het verwarring en angst kan veroorzaken bij personen behandeld in een niet-erkend ziekenhuis.
Die 30% verwijst naar de periode 2014-2018. Meteen willen we ter geruststelling reeds meegeven dat dit een relatief en geen absoluut cijfer is. De vijf jaar overleving na een borstkanker diagnose was in die periode overal in Vlaanderen meer dan 95%. Als dat 96.6% was in de erkende campus en 95.6% in de niet-erkende campus, is dat 1% verschil in absolute en 30% in relatieve cijfers. Even kort toegelicht. Draai je de cijfers om, nl. 3,5% t.o.v. 4,4% sterfte, dan is het verschil nog steeds ongeveer 1%, maar spreken we van ongeveer 1.30 keer meer sterfte (vanwaar de gepubliceerde “30% meer”). M.a.w. afhankelijk van de manier waarop men de cijfers voorlegt, kan dit verschil uitvergroot worden. Dat centralisatie van kanker zorg en therapie enorme voordelen heeft (niet enkel in borstkankerzorg) trekken we hier niet in twijfel. De expertise van een multidisciplinair team met gespecialiseerde medici en paramedici heeft zijn bewezen nut voor elk aspect vanaf de diagnose. Dat is zelfs meer bij andere kankers zoals eierstokkanker die tot op vandaag nog in elk ziekenhuis kan worden behandeld.
Het is bij borstkanker echter complex om precies te achterhalen welke ‘de reden’ was voor die sterfte verschillen tussen ziekenhuizen éénmaal de diagnose is gesteld. Die 1% oversterfte heeft waarschijnlijk niets te maken met een slechtere zorgkwaliteit. Gezien elke % telt en ervan uitgaande dat het echt gaat over verschillen in borstkankersterfte moeten we dit absoluut in kaart brengen en dat gebeurt.
Laat ons beperken tot 2 eenvoudige verklaringen.
Ten eerste, borstkankers verschillen onderling en hebben een verschillend verloop. Zo zal een hormoon gevoelige borstkanker als die ooit in een ander orgaan of organen terugkomt dat meestal pas na 5 jaar doen terwijl dat voor de hormoon ongevoelige borstkankers, als ze ooit terugkomen, eerder is. Alleen al deze proportionele verschillen tussen deze verschillende type van borstkankers in die centra kunnen die 1% verklaren. Verbeterpunt: Het kankerregister houdt deze verschillen nu nauwgezet bij zodat die parameter wordt meegenomen bij toekomstige vergelijkingen.
Ten tweede kan dat overlevingsverschil zelfs komen door regionale verschillen in Vlaanderen voor de participatie aan het preventief opsporen van borstkanker dat op provinciaal niveau is geregeld. Vroegtijdig opgespoorde borstkanker heeft een nog hogere kans op de vijf jaar overleving. Het is dermate complex dat de verschillende redenen die deze regionale verschillen voor participatie aan opsporing kunnen verklaren ook een invloed hebben op de vijf jaar overleving, zelfs onafhankelijk van die behandelde borstkanker.
Sedert de periode 2014-2018 zijn er ondertussen nieuwe netwerken en samenwerkingen tussen ziekenhuizen die dit verschil -met een tot op heden onzekere oorzaak- gunstig zullen beïnvloeden gezien een betere concentratie van borstkankerzorg. Het juiste aantal dat een erkende borstkliniek in België moet hebben verschilt met bv Nederland maar is onbekend. De reeds genomen maatregel sedert 1 Augustus 2024 voor borstkankerzorg in België zijn ons inziens voldoende voor een optimale zorgconcentratie.
Neven Patrick, Han Sileny, Verhoeven Didier, Soubry Adelheid
Eur J Cancer 2025; 10.1016/j.ejca.2024.115166
Gynaecologische Oncologie en Multidisciplinair Borstcentrum, Universitair Ziekenhuis Leuven. AZ KLINA, Brasschaat, Universiteit Antwerpen. Departement Public Health and Primary Care, Faculteit Geneeskunde, Epidemiology Research Center, KU Leuven-Universiteit Leuven.